Haarwild

Haarwild is de verzamelnaam voor alle tot het jachtwild behorende zoogdieren. Ze heten zo omdat ze een vacht hebben. Onder haarwild vallen de ree, haas & konijn, hert en wildzwijn.

Ree

Ree behoort tot het meest edele wild en is bijzonder smaakvol doordat ze kruiden, knoppen van bomen, gewassen en zachte blaadjes eten. De rug en de bouten van de ree zijn culinair het meest waardevol. Ree leeft in Europa, verspreid van Schotland tot aan de Middellandse zee.

Haas & Konijn

De haas leeft in gras en landbouwgebieden, zowel in polders als op de heide. Polderhazen zijn groot en zwaar en doen zich tegoed aan tarwe, suikerbiet en wilde gewassen. Heidehazen zijn kleiner maar smaken beter doordat ze zic tegoed hebben gedaan aan wilde kruiden en gewassen. Vooral hazen die in november en december worden gevangen hebben een sterke wildsmaak. Een wild konijn is de kleinste Europese afstammeling van de haas. Wilde konijnen hebben fijn en delicaat lichtrood vlees met een subtiele wildsmaak. Ze behoren tot de schadelijke dieren zodat er het hele jaar op gejaagd wordt.

Hert

Het grootste grofwild is het edelert. Het vlees daarvan is stevig en roodbruin van kleur, vetarm en rijk van smaak. Het heeft een uitgesproken wilsdmaak en kent uiteenlopende bereidingswijzen. Gekweekt hert is het hele jaar verkrijgbaar. Nieuw-Zeeland heeft uitgestrekte weidearealen voor het fokken van herten. Hertenvlees uit Nieuw-Zeeland heeft een milde smaak.

Wildzwijn

Wilde zwijnen zijn de voorouders van onze varkens, maar toch hebben wilde zwijnen steviger vlees dat ook magerder is dan het varken. De dieren leven onder meer in Nederland, België, Polen en de Verenigde Staten. Het zijn zogenaamde veeleters, met een menu wat onder meer bestaat uit gras, bladeren, eikels, beukennoten, kruiden, wortels van allerlei planten, paddenstoelen en vruchten, maar ook eten ze kikkers, slangen en wormen. Dat diverse voedingspalet geeft wildzwijn vlees een bijzondere smaak.